De huidige overdrachtsbelasting tarieven
Op dit moment gelden drie tarieven:
- 0% voor starters die gebruik kunnen maken van de startersvrijstelling;
- 2% voor woningen die door de koper zelf worden bewoond;
- 10,4% voor alle overige verkrijgingen zoals beleggingspanden, tweede woningen en recreatiewoningen.
Voor iedereen die een woning koopt zonder zelfbewoning geldt nu dus standaard het hoge tarief van 10,4%.
Wat verandert er vanaf 1 januari 2026?
Per 2026 komt er een vierde tarief bij: het algemeen woningtarief van 8%. Dit geldt uitsluitend voor woningen die níet als hoofdverblijf worden gebruikt. De wijziging raakt daarmee drie duidelijke categorieën.
1. Beleggers in huurwoningen
Beleggers zijn de afgelopen jaren zwaar belast door hogere overdrachtsbelasting strengere regelgeving en het vervallen van fiscale voordelen. De verlaging naar 8% biedt een kleine maar merkbare verlichting. Het verlaagt de instapkosten en maakt investeren in huurwoningen iets aantrekkelijker. Hoewel het geen volledige koerswijziging is voelt het voor veel beleggers als een bescheiden compensatie.
2. Kopers van een tweede woning
Wie een tweede woning koopt voor eigen gebruik of als toekomstig woonalternatief (bijvoorbeeld voor kinderen of ouders) betaalt vanaf 2026 minder overdrachtsbelasting. Deze aankopen vallen doorgaans buiten de zelfbewoningsregeling en gaan daardoor profiteren van het nieuwe 8%-tarief.
3. Kopers van een vakantiehuis of recreatiewoning
Ook de aanschaf van vakantiehuizen valt straks onder het lagere tarief. Dit geldt zowel voor eigen gebruik als bij incidentele verhuur. Omdat recreatiewoningen vaak relatief hoge aanschafprijzen hebben kan de daling naar 8% hier een aanzienlijk financieel voordeel opleveren.
Rekenvoorbeeld:
Aankoopprijs woning: € 450.000
Huidig tarief 10,4%: € 46.800
Nieuw tarief 8%: € 36.000
Verschil: € 10.800 voordeel
Voor recreatievastgoed en beleggingspanden kunnen de verschillen oplopen tot tienduizenden euro’s per aankoop.
Waarom voert het kabinet dit tarief in?
Met deze maatregel wil het kabinet:
- investeringen in huurwoningen minder ontmoedigen;
- de belastingdruk op niet-zelfbewoonde woningen verlagen;
- de positie van particuliere verhuurders enigszins verbeteren;
- het aanbod in de huursector stimuleren.
Het is dus geen volledige beleidsomslag maar wel een stap richting meer balans in een markt die de afgelopen jaren sterk is aangescherpt.
Tot slot
De invoering van het nieuwe 8%-tarief biedt vanaf 2026 een financieel voordeel voor drie doelgroepen: beleggers, tweede-woningkopers en kopers van vakantiehuizen. Het is geen grote hervorming maar wel een relevante verbetering die de aankoopkosten verlaagt en investeringen iets toegankelijker maakt.
Heeft u vragen over deze wijziging of wilt u weten wat dit betekent voor uw situatie? Neem vrijblijvend contact met ons op.